Inloggen
Vakgroep Rotterdam

Vakgroep Rotterdam


 0/5 Sterren (0)

John en zijn plek in het onderwijs

    Susan Osterop
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 43
    Door Susan Osterop in de groep Vakgroep Rotterdam 937 dagen geleden

    Categorie├źn: Praktijkvoorbeelden, Kind en gezin, Onderwijs en Zorg


     0/5 Sterren (0)

    John en zijn plek in het onderwijs

    John is een vriendelijke, betrokken en leergierige jongen van bijna acht jaar. Hij is verzot op zwemmen en de tekenheld Johnny Test: hij wil zelfs zijn haar het zelfde als Test. John wil graag alles weten en alles zelf doen. Zijn moeder is heel trots op wat hij kan en doet. “John heeft misschien autisme en een ontwikkelingsachterstand, maar als je hem de ruimte en het vertrouwen geeft, is het een regelrechte kanjer. Ik vind alles leuk aan hem. Sommige mensen hebben de neiging om een kind met autisme lager in te schatten, maar dat valt reuze mee. Het is zo’n fijn kind. Hij is niet ziek: hij is 100% een gewoon kind, waar héél veel uit te halen valt.”

    Gegroeid
    Sinds twee jaar gaat John naar ZMLK-school St. Mattheus. Dagelijks wordt hij gehaald en gebracht door het leerlingenvervoer van de gemeente. Drie keer per week maakt hij gebruik van de BSO+ en wanneer zijn moeder moet werken, wordt hij voor schooltijd ’s morgens thuis opgevangen door een gespecialiseerde nanny. John heeft sinds zijn diagnose veel veranderingen van dagverblijven en school meegemaakt. Het was in het begin even wennen op de nieuwe school, maar inmiddels voelt hij zich er helemaal thuis. “Hij kan nu beter omgaan met veranderingen en zijn woordenschat is veel groter”, vertelt zijn moeder. “Daar is ook de logopediste blij mee.” “John is bijdehand. Hij merkt en weet alles. Hij laat dat misschien niet direct merken, maar als je op bepaalde manier dingen aan hem uitlegt, snapt hij heel veel. Ik maak me nu geen zorgen meer om hem. Ik weet dat zijn aandoening in iedere levensfase anders kan zijn. Nu is hij bijna acht, maar als hij straks een puber is, zal zijn gedrag weer anders zijn. Op dit moment zie ik niet veel verschil met andere kinderen. Door hem duidelijkheid, rust, structuur en regelmaat te geven, functioneert hij prima. Dat hebben we gelukkig allemaal voor hem in huis.”

    Opvallend gedrag
    John’s gedrag viel voor het eerst op toen hij naar de peuterspeelzaal ging. Er was iets ‘anders’. Zijn ouders vroegen zelf een onderzoek aan. Hij was drie jaar toen hij de diagnose ‘autisme’ kreeg. “In het begin vond ik het best moeilijk en eenzaam. Mijn zussen en vriendinnen hadden wel kinderen, maar binnen de familie komt geen autisme voor. Vragen als ‘hoe moet ik met hem omgaan’ of ‘bij wie kan ik terecht’ waren lastig te beantwoorden. Ik heb in die tijd veel gelezen over autisme en veel steun gehad aan de zorgcoördinator van Vroeghulp.”

    Vertrouwd steuntje in de rug
    Door een gelukkige samenloop van omstandigheden bleef de zorgcoördinator als schoolmaatschappelijk werkster lange tijd aan het gezin verbonden. ”Zonder haar was het in de afgelopen jaren veel moeilijker geweest. Ze luistert, complimenteert, heeft expertise, geeft vertrouwen en steun. Ze is er als het nodig is en dat geeft veel rust. Tegelijkertijd kan ik ook heel veel zelf en daar is ook voldoende ruimte voor. Als het niet goed gaat, vervult ze een rol in het contact tussen school, het (zorg)personeel en ons. Daarnaast heeft ze ons gewezen op het TOG en helpt ze jaarlijks bij de aanvraag van een PGB. Hierdoor hebben wij een netwerk om ons gezin gekregen. Dit geeft veel steun en rust.”

    Na de diagnose
    John is eerst behandeld in een Medisch Kleuter Dagverblijf. Omdat zijn IQ te laag was, kon hij hier niet blijven. Hij stapte over naar een antroposofisch Kinder Dag Centrum (KDC) Bride. In deze veilige omgeving ging het heel goed met John. “Rond zijn vijfde ging hij praten. Ik had altijd wel verwacht dat John meer kon, dus dat was voor mij geen verrassing.” John was leerplichtig en praatte, dus hij werd op de wachtlijst geplaatst voor de St. Mattheusschool. “Na acht maanden was er opeens plek. Hij kon direct na de zomervakantie terecht. We wilden de overgang beter voorbereiden, dus we spraken af dat hij na de herfstvakantie zou starten. Ondertussen maakten we een kennismakingsbezoek en lazen de informatieboekjes door. Het was natuurlijk allemaal moeilijk voor te stellen voor John.”

    De overstap naar school
    De stap van KDC naar school was groot. Daarbij kreeg hij ook een andere taxi met wisselende chauffeurs. Alles was verwarrend en onvoorspelbaar geworden. Johns gedroeg zich moeilijk op school. Hij was agressief en wilde niet meer meewerken. Gelukkig ging het thuis nog steeds goed. “In die tijd heb ik wel eens getwijfeld of deze school wel de juiste plek was. Toen hij na de zomervakantie tot rust was gekomen, deed hij het opeens veel beter en bleek het weldegelijk te passen.” “We hebben goed contact met school. We schrijven in een schriftje en als het nodig is, bellen we. De school is heel actief. Twee keer per jaar is er een gesprek over het Individueel Handelings Plan (IHP), er zijn ouderavonden en cursussen en er zijn diverse activiteiten voor goede doelen. Daarnaast is er een schoolarts. Alles wordt van tevoren goed aangegeven. Of een onderwijs-zorgarrangement nu nog echt nodig is voor John, weet ik niet. Hij had in het begin wel extra ondersteuning nodig om de overgang te begeleiden. Nu gaat het zo goed. Hij kleedt zichzelf aan en kan zelfstandig eten.”

    Een brede school
    “John is nu goed op zijn plek. Thuis, op de BSO en op school gaat alles inmiddels net zo rustig als vroeger. Hij moet veel reizen tussen deze drie plekken en hij heeft met verschillende chauffeurs te maken. Dit vindt hij zelf niet vervelend, maar ik zou het ideaal vinden als BSO+ en school onder één dak zaten.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers