Inloggen
Vakgroep Rotterdam

Vakgroep Rotterdam


 0/5 Sterren (0)

Teun en Berend zijn té vroeg geboren

    Susan Osterop
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 27
    Door Susan Osterop in de groep Vakgroep Rotterdam 906 dagen geleden

    Categorieën: Praktijkvoorbeelden, Kind en gezin, Vroegsignalering, Ketennetwerk


     0/5 Sterren (0)

    Teun en Berend zijn té vroeg geboren

    Op 17 april 2010 werden Teun en Berend na een allesbehalve onbezorgde zwangerschap van negenentwintig weken geboren. Met achttien weken waren de vliezen van Teun gebroken. Omdat het vruchtwater bepalend is voor de ontwikkeling van de longen, gaven de artsen zijn ouders weinig hoop dat Teun de geboorte zou overleven. Vanaf dat moment beschouwde men dit als een eenlingzwangerschap. Hun ouders stonden voor een onmogelijke keus. Wat voor Teun het beste was, kon niemand voorspellen. Ze besloten de zwangerschap zo lang mogelijk te rekken in de hoop in ieder geval één kind te kunnen houden. Na de geboorte bleek Teun een vechtertje. Vijf maanden lang vochten zijn ouders, het verpleegkundig personeel en de artsen van het Sophia Kinderziekenhuis met hem mee. In die periode hebben zij hun kinderen, zichzelf, elkaar en het personeel van de afdeling Neonatologie heel goed leren kennen.

    Je aandacht verdelen
    Teun en Berend wogen 960 en 1.140 gram na de geboorte. Ze verbleven samen op de Intensive Care van het Sophia Kinderziekenhuis. “Het was een hectische tijd”,  vertelt hun vader. “Op dat moment was onze oudste zoon Sjoerd één jaar. Omdat we zo veel mogelijk bij de tweeling wilden zijn, dreigde hij het onderspit te delven. We brachten hem overal en nergens onder.”

    Toen Berend na twee maanden naar huis mocht, ging het gezin een nieuwe periode in. Berend mocht niet mee naar het ziekenhuis vanwege infectiegevaar. Vader Wilco moest overdag aan de slag vanwege zijn eigen bedrijf. Moeder Astrid was in de ziektewet. Haar dagelijks leven bestond uit het onderbrengen van Berend en Sjoerd en bezoeken van Teun in het ziekenhuis. Hun vader bracht de avonden in het ziekenhuis door, het liefst voor half acht, want daarna kreeg Teun slaapmedicatie en was er weinig interactie tussen vader en zoon mogelijk. Hun sociaal leven stond op een laag pitje, maar gelukkig mochten ze rekenen op de warme steun van een naaste buur, familie en vrienden, die op alle mogelijke manieren bijsprongen.

    “Het was een periode met veel gerace en geren, maar ik kan er positief op terugkijken. We hebben er alles ingestoken wat we konden en hebben de kans gekregen om Teun uitgebreid te leren kennen”, vertelt moeder.

    Een veilige cocon
    “In het begin deed ik twintig minuten over het verschonen van een luier”, vervolgt ze. “Vroeggeboren kinderen zijn zo fragiel. Ze zijn nog helemaal niet toe aan al die aanrakingen, dus het is echt priegelwerk. De afdeling Neonatologie is een bijzondere wereld. Het lijkt wel of de tijd daar stil staat. Ik kon er een dag doorbrengen en op weg naar huis volkomen overdonderd zijn door de drukte van het normale leven dat in en om het ziekenhuis gewoon was doorgegaan. Op deze afdeling werken mensen met een roeping, die over menselijkheid en relativeringsvermogen beschikken. Je moet hiervoor echt uit speciaal hout gesneden zijn. Ze zijn zo verschrikkelijk lief voor hun patiëntjes. Als ze eenmaal aan de beterende hand zijn, gaan ze ergens anders heen en zien ze niet eens hoe het met de kinderen afloopt. Daar moet je mee om kunnen gaan. Door hier zo lang rond te lopen, veranderde ook onze kijk op de wereld. Je woont praktisch vijf maanden samen. Dat schept een band. We hebben ook hele andere gesprekken met het personeel gehad. Doordat wij hen mens lieten zijn, konden wij dat ook.” Vader vult aan: “Er is goed naar ons geluisterd. Wij hadden de regie. Op ons verzoek besprak steeds dezelfde arts met ons de voortgang van de behandeling.”

    Een warm bad
    Vanaf de geboorte van de jongens, stuurden hun ouders elke twee weken een mail aan alle familie, vrienden en bekenden met informatie en foto’s. “Het was uit nood geboren, maar bleek goed te werken. We hadden geen tijd en energie om iedereen persoonlijk te spreken. We kregen veel mails en kaarten terug. Iedereen was zo betrokken. Het doorbrak de schroom om over de moeilijke kanten te praten. Per slot van rekening was Teuns conditie kritiek. Wij zijn daar vanaf het begin heel open mee omgegaan.”

    Wat kan ik voor jullie doen?
    Een maatschappelijk werkster stond de ouders in het ziekenhuis bij. Beiden gingen verschillend om met de onmacht, waar ze al maanden doorheen gingen. Ze wees er op dat er geen goede of verkeerde manier is om met je verdriet om te gaan en raadde hen aan het verschil in beleving van de ander te accepteren.  Op een dag werd het moeder te veel. “Ik huilde tranen met tuiten in een gesprek met haar. Ik was uitgeput. Ik rende maar heen en weer, Berend bleek na thuiskomst overgevoelig voor alle prikkels en had veel huilbuien, ik wilde Teun niet aan zijn lot overlaten. Ze raadde me  aan contact op te nemen met Stichting Vroeghulp. In het kennismakingsgesprek met onze zorgcoördinator was ik getroffen door haar vraag ‘Wat kan ik voor jullie doen?’ Ik dacht ‘Wow! Iemand die met me meedenkt!’ Er viel een last van mijn schouders. Ze kwam bij ons thuis en in het ziekenhuis en heeft ons veel werk uit handen genomen. Ze wist de wegen te bewandelen, de bureaucratie te bewerken, subsidies te regelen en heeft de vrijwillige mantelzorg ingeschakeld, zodat er ook voor Berend goed werd gezorgd als ik bij Teun was. Toen ze eindelijk de gemeente bereid had gekregen om een nanny voor beide jongens te betalen, was het te laat. Die week overleed Teun.”

    Zo trots
    “Op de dag van het overlijden van Teun hebben we al het personeel gevraagd om ook afscheid te nemen. Iedereen kwam langs en ook op de begrafenis waren zes mensen gekomen. Toen hij overleden was, brak een vreemde vredige periode aan. Alle slangetjes werden verwijderd en hij werd in een warm zacht blauw dekentje gewikkeld. Ik heb heel goed naar hem gekeken en toen viel me pas op hoeveel hij op Berend lijkt: dezelfde kruin, dezelfde oortjes. Thuisgekomen moesten we natuurlijk veel regelen voor de begrafenis, maar toch was er rust. We waren eindelijk als gezin compleet. Natuurlijk hadden we verdriet, maar er waren ook hele mooie momenten. Sjoerd en Berend trokken ons er doorheen. We hebben met heel veel trots en waardigheid afscheid van Teun kunnen nemen. Onze laatste herinnering is niet dat intens blauwe mannetje na zijn geboorte, maar een mooie baby. In die vijf maanden heeft hij zich ontwikkeld en is hij gegroeid. We hebben hem echt leren kennen en houden de herinnering aan hem levend.”

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers